Slimme camera’s screenen voeding op kwaliteit
Seppe Sels is onderzoeker bij InViLab, onderzoeksgroep van de Faculteit Toegepaste Ingenieurswetenschappen van UAntwerpen. Met hun slimme camera en beeldvormingstechnologie helpen ze bedrijven bij het verbeteren van kwaliteitscontrole, automatisering en veiligheid.
Met het Vision4Food-project willen Sels en collega’s de productieprocessen in de voedingsindustrie automatiseren.

Dankzij machinevisie lopen productielijnen een stuk efficiënter. In de voedingssector kan de technologie zeker nog worden verbeterd. Met het Vision4Food-project willen onderzoekers van de Universiteit Antwerpen daarvoor zorgen. Slimme camera’s en overleg met alle betrokken partners zijn ingrediënten van de succesformule.
De onderzoeker
Het InViLab (voluit Industrial Vision Lab) is een van de onderzoeksgroepen van de Faculteit Toegepaste Ingenieurswetenschappen van de Universiteit Antwerpen. De wetenschappers ontwikkelen slimme camera- en beeldvormingstechnologie waarmee computers de fysieke wereld kunnen zien, meten en interpreteren. Op die manier kunnen bedrijven geholpen worden bij het verbeteren van kwaliteitscontrole, automatisering en veiligheid. InViLab is onder meer actief in de industrie en in de medische wereld.
Seppe Sels werkt al meer dan tien jaar voor de onderzoeksgroep. De postdoctoraal onderzoeker focust vooral op de technische aspecten, zoals het programmeren van de camera’s. Veel van zijn tijd gaat momenteel naar het Vision4Foodproject. Dat heeft als doel de productieprocessen in de voedingsindustrie te automatiseren. Het is een zogeheten VLAIO-TETRA-project: kennis vanuit de universiteit wordt met Vlaamse steun vertaald naar concreet advies, waardoor de bedrijfswereld sneller en efficiënter kan innoveren.
Het onderzoek
In heel wat sectoren is machinevisie al jaren ingeburgerd: de machine ‘kijkt’ naar de producten en processen, een computer beoordeelt de beelden en geeft aan of een interventie noodzakelijk is. ‘Die systemen werken heel goed als het bijvoorbeeld over bouten gaat’, legt Sels uit. ‘Maar ze zijn minder bruikbaar bij koekjes en andere voedingsproducten. Dan mag het ene exemplaar iets meer afwijken van het andere exemplaar dan bij een bout.’
Machinevisie biedt meerdere voordelen voor een producent: de kwaliteitscontrole kan efficiënter, de productiesnelheid kan omhoog, de productiekosten kunnen naar beneden. Toch aarzelen veel bedrijven. Een gebrek aan kennis en onzekerheid over de economische haalbaarheid spelen daarbij een grote rol. Sels: ‘Met Vision4Food willen wij daarin verandering brengen. We betrekken er alle partners bij. Zo werken we naast de voedingsproducenten ook nauw samen met de engineeringbedrijven, de aanbieders van sensoren, de softwareontwikkelaars, ...’
Het Proces
Centraal staan verschillende soorten camera’s. Sels en zijn collega’s werken onder meer met thermische camera’s en met hyperspectraalcamera’s. ‘Het is essentieel om zoveel mogelijk eigenschappen van het item gedetailleerd in beeld te brengen. Zo kijken we onder meer naar het vochtgehalte in een product. Op termijn moet het lukken om vast te stellen dat een aardappel te vochtig is om friet van te maken. Van die aardappel kan dan puree gemaakt worden.’
De aanpak van de onderzoekers verschilt van omgeving tot omgeving. ‘Veel hangt af van het gebruikte automatiseringssysteem. Dat systeem, de camera’s, de software: ze moeten met elkaar kunnen communiceren. Wij brengen per case alle mogelijke criteria in rekening en reiken oplossingen aan. In sommige gevallen kan een dure camera het meest efficiënt zijn. In andere gevallen is een bedrijf beter af met een goedkopere optie.’
Het resultaat
Vision4Food heeft al enkele proefopstellingen lopen bij bedrijven, en de reacties zijn positief. ‘Voedingsbedrijven weten vaak niet welke oplossingen er bestaan’, legt Sels uit. ‘De machinebouwers vertellen hen soms ook dat bepaalde dingen niet kunnen, wat niet juist is. Uit onze cases leerden we dat leveranciers ook bereid zijn zich aan te passen, zodat we bedrijven optimaal kunnen helpen bij het verhogen van de efficiëntie.’
Het project loopt nog een jaar. Sels en collega’s zijn nog op zoek naar geïnteresseerde ondernemingen uit de brede voedingssector. ‘Elk bedrijf is uniek, maakt eigen producten, telkens op een andere schaal, moet specifieke regels volgen. Wij proberen telkens het maximale uit de beschikbare data te halen, zodat we naar een betrouwbaar en efficiënt proces kunnen evolueren.’
Interesse?
Geef een seintje op seppe.sels@uantwerpen.be




